Objecten
Inhoud
| Objectenboom | Tabeloverzicht |
|---|---|
![]() |
![]() |
In de Objectenboom maakt u een decompositie van alle objecten in een project. De weergave is een boomstructuur welke handig is voor het opstellen van relaties tussen de verschillende objecten. Daarnaast worden de objecten in een tabeloverzicht weergegeven.
Voor meer informatie over het aanmaken van objecten gaat u naar het artikel Aan de slag > Project inrichten > Objecten aanmaken.
Detailoverzicht
Klik op een object om het detailoverzicht te openen en de gegevens van het object te bekijken of te bewerken. Het detailoverzicht bestaat uit een aantal tabs. De status, het ID en de naam van het object worden erboven getoond, alsook de knoppen om een object te (de)activeren.
| Objectstatus | Omschrijving |
|---|---|
| Concept | Een object dat nieuw aangemaakt is in de boom, krijgt automatisch de status Concept. Klik op de knop Activeren om het object in gebruik te nemen. Let op! Alleen een object met de status Concept kan verwijderd worden uit de boom. |
| Actief | Objecten met de status Actief kunnen aan werkpakketten toegevoegd worden. Zodra een werkpakket gesynchroniseerd is kan het object gebruikt worden in de app. De objectgegevens kunnen nog steeds aangepast worden. Het object kan niet meer verwijderd worden uit de boom, maar kan wel op Inactief gezet worden. |
| Inactief | Klik op de knop Deactiveren om de status te wijzigen naar Inactief. Een object met deze status wordt niet langer gesynchroniseerd met de mobiele app; het object wordt ‘uitgegrijsd’ weergegeven in de werkpakketten waar het aan toegevoegd is. Klik op de knop Activeren om het object weer in gebruik te nemen. |
Het Object ID (PSBS) is een uniek identificatienummer dat een object automatisch krijgt zodra het aangemaakt is. Het wordt gebruikt om een object te herleiden in het webportaal en in verschillende exports. Het ID kan niet gewijzigd worden.
Algemeen
In deze tab worden diverse objectgegevens getoond. Klik op de knop Bewerken om ze aan te passen. We lichten de belangrijkste velden toe:
Naam
De naam van het object. Het veld is verplicht.
Objectcode
Vul hier de objectcode in van het object. Dit veld is ook verplicht. Het veld dient uniek te zijn als er sprake is van een integratie met een extern systeem, zoals Relatics, of wanneer objecten geïmporteerd worden via Excel. De objectcode kan in verschillende schermen van het webportaal en in de app als zoekterm gebruikt worden om een object eenvoudig te vinden.
Klant Object ID
Als u naast het Object ID zelf nog een ID wilt toevoegen aan een object, dan kunt u deze in dit veld invullen. Dit veld is niet verplicht. Hier wordt over het algemeen gebruik van gemaakt als er sprake is van een integratie met een extern systeem.
| Overige velden | ||
|---|---|---|
| Objectreferentie | NEN-code | NEN-omschrijving |
| OTL-code | OTL-omschrijving | Realisatiejaar |
| Omschrijving | Opmerking | Algemene objectgegevens |
Registraties
In deze tab vindt u de registraties van activiteiten die uitgevoerd zijn op het geselecteerde object. Selecteer een registratie en klik op Openen om de registratie te bekijken of te controleren. De registraties kunnen geëxporteerd worden naar PDF, Word en Excel. Daarnaast kan het overzicht naar Excel geëxporteerd worden door op Naar Excel exporteren te klikken.
Meldingen
Als de module Meldingen geactiveerd is voor uw Gappless omgeving, dan is de tab Meldingen zichtbaar bij elk object. In deze tab ziet u een overzicht van alle meldingen die gedaan zijn op een object.
Selecteer een melding en klik op Openen om de melding te bekijken. Als een melding opgevolgd is door een registratie, dan kunt u de registratie inzien en eventueel controleren door op de registratie te dubbelklikken. Exporteer het overzicht door op Naar Excel exporteren te klikken.
GIS
Als u een GIS-integratie heeft, dan wordt bij elk object de GIS-tab weergegeven. Als een object gekoppeld is met een of meerdere GIS-features, dan worden de lagen en de ID’s van deze features hier getoond.

