GIS-features
Inhoud
Om objecten in een project te koppelen aan features in uw GIS-omgeving dient u de volgende stappen uit te voeren:
- Download het GIS-features importbestand.
- Open het project waarvan u de objecten wilt koppelen.
- Klik in het menu op Voorbereiding en vervolgens op Objecten.
- Klik op Tabeloverzicht.
- Klik op Naar Excel exporteren.
- Open het exportbestand.
- Open ook het GIS-features importbestand.
- Kopieer de inhoud van kolom Object ID in het exportbestand naar de kolom Object Systeem ID in het importbestand.
- Kopieer de inhoud van kolom Naam in het exportbestand naar de kolom Objectnaam in het importbestand.
- Vul de kolommen GIS ID en Laag in het importbestand met de GIS-feature ID’s en laagnamen zoals bekend in uw GIS-omgeving.
- Let op! Neem deze gegevens over conform de weergave in de GIS-omgeving, zonder wijzigingen.
- Controleer of de combinatie Object ID - Objectnaam - GIS ID - Laag in elke rij correct is.
- Sla het importbestand op.
Het bestand mailt u naar Support . Geef hierbij aan om welke klantomgeving het gaat en wat de naam en het UUID van het project is (zie plaatje voor voorbeeld). Wij zorgen ervoor dat het bestand geïmporteerd wordt. Na een succesvolle import vindt u in de GIS-tab van elk gekoppeld object het GIS ID en de laag.

Een import blijft uw eigen verantwoordelijkheid. Controleer het bestand daarom altijd goed voordat u het opstuurt. Wij controleren hem ook, maar we hebben geen zicht op de juistheid van de inhoud.