Configuratie

Inhoud

Configuratie van projectitems

Configuratie

U ziet hier verschillende items, gerangschikt in tabs, die u voor een project kunt configureren. Hieronder wordt beschreven wat deze items inhouden en hoe ze in een project gebruikt worden.

De meeste items worden 1-op-1 overgenomen van bedrijfsniveau als u een nieuw project aanmaakt. In het project kunt u deze dus aanpassen als dat gewenst is.

Exportlogo

U kunt een Exportlogo uploaden. Het exportlogo zal in PDF en Word exports getoond worden die u in het project maakt. Als u geen exportlogo upload, dan wordt het projectlogo hiervoor gebruikt en anders het bedrijfslogo.

Locatietypes

Locatietypes

Als u gebruik gaat maken van de locatieboom, dan kunt u hier de locatietypes selecteren die u nodig heeft voor het project. Zorg dat de types die u gaat gebruiken op Actief staan en de rest op Inactief. Tijdens de opmaak van de locatieboom werkt u vervolgens alleen met de actieve locatietypes. De enige uitzondering hierop is het locatietype GPS.

Frequenties

Frequenties

In de tab Frequenties kunt u frequentiegroottes configureren.

Projectfasen

Projectfasen

In de tab Projectfasen configureert u de fasen waar het project uit zal bestaan. Bij het aanmaken of bewerken kunt u iedere keer kiezen uit vier Standaard projectfasen, namelijk Schets, Ontwerp/Engineer, Realisatie en Beheer & Onderhoud. Elke fase die u toevoegt aan een project dient u te voorzien van een Titel en een Afkorting.

GIS

Dit item komt binnenkort beschikbaar.

Integratie

Dit item komt binnenkort beschikbaar.

Rapportage-templates

Rapportage-templates

In de tab Rapportage-templates kunt u een template document voor een project selecteren. Deze templates worden beheerd op bedrijfsniveau. Als u hier een template selecteert, dan zullen alle PDF en Word exports die u in het project maakt van registraties gegenereerd worden volgens de opmaak van dit template.
LET OP! Als er ook een template geselecteerd is op een andere locatie, zoals een projectactiviteit, dan zullen registraties die daaraan gerelateerd zijn op basis van dat template geëxporteerd worden.
Deze tab is alleen zichtbaar als u over de module Rapportage-templates beschikt.

Voor meer informatie over de module Rapportage-templates gaat u naar het artikel Modules > Rapportage-templates.

Meldingen

Meldingen

Als u over de Meldingen module beschikt, dan kunt u hier de responseduren configureren. Een responseduur dient geselecteerd te worden tijdens het aanmaken van een melding in een project. Deze responseduur wordt automatisch opgeteld bij de Startdatum van de melding en genereert automatisch een Deadline. De responseduur is de tijd die de persoon, die de melding ontvangt, heeft om ter plaatse te zijn en actie te ondernemen.

Voor meer informatie over Meldingen gaat u naar het artikel Modules > Meldingen.

Gebruikersinterface

Gebruikersinterface

In de tab Gebruikersinterface kunt u aangeven of dat de inhoud en de structuur van de objectenboom en de werkpakkettenboom in een project aanpasbaar dienen te zijn. De standaardconfiguratie is dat beide aanpasbaar zijn. Dit houdt in dat er wijzigingen aangebracht kunnen worden aan de bomen. Objecten en werkpakketten kunnen toegevoegd, verplaatst, bewerkt en verwijderd worden. Als dit niet gewenst is voor een of beide bomen, dan verandert u dit hier.

Sharepoint

Dit item komt binnenkort beschikbaar.

Voor meer informatie over het instellen van bovenstaande items gaat u naar het artikel Aan de slag > Project aanmaken > Projectconfiguratie instellen.